Category Archives: Uncategorized

Het begon allemaal met een grote knal.

Lieve vuurwerkliefhebbers, lieve vuurwerktegenstanders,

Als eerste wil ik jullie even laten weten dat ik het helemaal gehad heb. Het vuur is aan. Mijn lontje is kort.
Als ik nog één keer hoor “maar we hoeven het niet te verbieden”, ga ik rondrennen als een gillende keukenmeid, drie keer een salto in de lucht maken om uiteindelijk met de klap van een nitraatbom dan toch in een soort premature ontlading te eindigen. Voor wie daarbij gelijk aan vannacht moest denken: sterkte met dit ernstige probleem. Dus lees, en lees goed:

Vuurwerk is al verboden. Het afsteken van vuurwerk is verboden.

Ik zal het even herhalen.

Vuurwerk is al verboden. Het afsteken van vuurwerk is verboden.

31 december is de uitzondering op deze regel. Moeten we die uitzondering opheffen? Nee. Wat mij betreft niet, althans. Ik herhaal het nog even: Moeten we die uitzondering opheffen? Nee. Wat mij betreft niet, althans.

Mocht je nu nog steeds de neiging hebben om te beginnen met een verhaal over betutteling, burger pesten, verpesten van een feestje of een ander niets gunnen: ga terug en lees de bovenstaande regels opnieuw tot het overgaat.

Goed? Zijn we zo ver? Mooi! Sorry, hoor, dat het zo lang moet duren om tot een punt te komen, maar de jaarlijkse vuurwerkdiscussie heeft ook weer eens last van een tweespalt. Het lijkt wel bewust. Aan de ene kant staat een groep die bij het minste kritiek op het fenomeen vuurwerk begint tegen te sputteren en te insinueren dat het niet verboden mag worden, en aan de andere kant een groep hardnekkige verbied-alles-maar-roepers die de praktijk van het huidige systeem niet onder ogen willen zien.

En dan zijn er de mensen met het probleem. De mensen die last hebben van dagen, wekenlang stress door aanhoudende explosies van verschillende gradaties. Waar vinden we die eigenlijk in deze discussie terug? De praktijk leert namelijk dat de officiele gedoogperiode vrijwel niets zegt over wanneer er vuurwerk afgestoken wordt. Het schrijven van dit stukje wordt geaccentueerd door knallers van verderop en dichtbij. 2 opgeblazen auto’s met illegaal vuurwerk. Brandjes in containers die je als foto langs ziet komen. 25.000 klachten reeds. Dit allemaal terwijl de echte periode toch nog in moet gaan. Het ANP bericht vandaag: “De plastisch chirurgen vrezen dat de kortere periode waarin dit jaar vuurwerk afgestoken mag worden, niet veel uitmaakt voor het aantal beschadigde vingers en handen. Andere jaren werd al duidelijk dat veel gewonden buiten de gedoogtijd vielen.”

Wellicht is er inderdaad draagvlak voor een algeheel verbod. Misschien ook wel omdat deze situatie inmiddels al jaren een probleem is zonder dat het merkbaar beter wordt. Maar meer verbieden helpt niet als het huidige verbod geen belemmering is om toch gewoon ongegeneerd vuurwerk af te steken. Net als de kortere periode van morgen een stuitend bewijs is van het gebrek aan inzicht.

Dus, bij deze aan iedereen een oproep: kunnen we stoppen met regels die nu al niet nageleefd worden uitbreiden of inperken en de discussie focussen op het daadwerkelijk beperken van de vuurwerkoverlast?

Game of Sint – Het doorgaande potje zwartepieten

Quinsy Gario’s moeder werd keer uitgemaakt voor Zwarte Piet en daar zat ze mee, en hij ook. Dus starte hij de campagne ‘Zwarte Piet is racisme’. Zo begon het.

Je kan natuurlijk zeggen wat je wilt, maar met zo’n emotioneel onderwerp is het nogal snel een strijd tussen extremen. Er zijn al duizenden meningen over gegeven en miljoenen woorden aan gewijd. Wat mij echter vooral opvalt is dat het weer één van die discussies is die op verschillende argumenten gevoerd wordt – al naar gelang het uitkomt.

Waarom? Omdat het de ene keer over z’n uiterlijk gaat en de andere keer over dat hij een slaaf zou zijn. En dat maakt het een irritante discussie, want er wordt natuurlijk wel gekloot aan een cultureel gevoelig iets, maar ondertussen is het vooral een hetze geworden van het type wat niet zou misstaan als het bij PVV-ers over Marokkanen gaat. De bottom-line is dan: we vinden het niet leuk dus hij/ze moeten weg. En om zo’n mening kracht bij te zetten worden er dan dingen bij bedacht.

Maar laten we het even los trekken. De ene keer is Zwarte Piet racistisch omdat hij teveel met het slavenverleden te maken zou hebben. Ik snap niet hoe dat racistisch is, maar wel dat dat gevoelig kan liggen bij sommige culturen waar het slavernijverleden iets recenter is. Nochthans kan je daarbij het beste de slavernij uit het type halen.

Maar wat ik vermoed is dat het toch gewoon om de huidskleur van Piet gaat. Als het een blanke was geweest die over de daken klimt zou er waarschijnlijk niet eens een vakbondsbobo over zijn begonnen. Hadden we het zo gelaten als het ooit was? Dan was er wel ergens iemand in Barneveld gaan klagen over het duivelse element. Nee, het probleem is volgens sommigen de huidskleur van het karakter. Ja, daar zie ik wel racisme in. Maar dan niet door Piet.

Dat mensen door andere mensen beledigd worden is overigens niet goed, natuurlijk. Of ze daar nou Zwarte Piet voor gebruiken of iets anders. Als atheïstisch, blank, langharig tuig dat wel eens rondloopt stel ik echter ook niet voor om historisch incorrecte afbeeldingen van Jezus te verbieden omdat ik regelmatig daarmee vergeleken word.

Als je niet voor ons bent, ben je tegen ons

ImageDe lezing die ik aan de Fachhochschule Dortmund kreeg over de historie en de toekomst van de EU staat nog in m’n geheugen gegrift. Wie handel drijft, voert geen oorlog – of is daar in ieder geval een stuk minder toe geneigd.

Het is een wat simplistische voorstelling van het idee achter de Wereldhandelsorganisatie, een instantie die zich tot doel heeft gesteld om de wereld te voorzien van zo min mogelijk handelsbarrieres. Alle landen die zich eraan verbonden hebben, hebben zich in principe verbonden aan het idee van vrije wereldwijde handel. Handelsblokken als de EU en de NAFTA zijn wat men noemt een noodzakelijke tussenstap naar dat doel: eigenlijk totaal onwenselijk, maar het is beter dan niks.

De EU is verreweg het meest geïntegreerde handelsblok ter wereld. Eén van de vele richtingsvragen die we ons kunnen stellen is: moet de EU een ‘bundesstaat’ of een ‘statenbund’ zijn? Wat opvalt aan de toon van het publieke debat is echter dat het vrijwel alleen ruimte laat voor de mogelijkheden: meer of minder – eruit of erin. Politici spelen hiermee in verkiezingen en maken het tot een soort chantagemiddel: of je stemt ‘pro-EU’, of je gaat er helemaal uit. Alsof je niet EU-kritisch kan zijn en tegelijkertijd in het idee van een werkend Europa kan geloven.

Want waar zijn de opties: “matigen”, “voorzichtig zijn met uitbreiden/niet verder uitbreiden”, “herinrichten” in het debat? Wat als je nu best in het idee van de Euro en de EU gelooft, maar gewoon wilt zien dat er meer openheid is? Minder macht voor de lobby-boeren? Meer eerlijke democratie? Geen onbeperkte budgetstijgingen? Geen push om NUTS-voorzieningen te privatiseren/dwang voor lidstaten om neo-liberaal beleid te voeren ten koste van de lagere sociale klassen? En vooral: Europa als middel en niet als doel? Want het ‘project Europa’ wordt nu voorgesteld als een alles-of-niets verhaal. Alsof er maar één manier is om daarmee om te gaan.

Met ‘anti-EU’ als het enige alternatief voor partijen die nu ofwel knikkend instemmen met de EU zoals hij nu is terwijl ze in hun verkiezingsbeloften anders doen voorkomen ofwel van de daken schreeuwen dat we veel verder moeten gaan, wordt gedaan alsof het een simpele ja/nee keuze is. En als er al nuance is, dan wordt dat gereduceerd tot ‘meer of minder EU’. Het is misschien een wat versimpelde voorstelling van zaken, maar het is de toon van het debat die de kiezer meekrijgt. Lekker makkelijk. Voor of tegen. Past mooi in de stemwijzers en je kunt natuurlijk niet van je kiezers vragen dat ze over complexe zaken langer nadenken dan het nodig is om een multiple choice-vraag op internet te beantwoorden. Of is dat juist misschien het idee van de eeuw?

Het Europese Mandaat: een uitdaging

_DSC0523
Uw ticket voor het EU-circus.

Op 22 mei zijn we met z’n allen nog geen derde van de stemgerechtigden naar de stembus te gaan om daar te stemmen. Vandaag stemmen de meeste andere lidstaten. De afgelopen weken hebben we dan ook in de media mogen horen dat het belangrijk is om te gaan stemmen. Van wat ik begrepen heb, was er een mooi geensceneerde media-strijd gaande tussen D’66 en de PVV. Wat mij vooral opvalt is dat ik niemand hoor of lees over het fundamentele probleem met het Europees Parlement: de verkiezingen.

De verkiezingen? Ja. De verkiezingen. Die zijn namelijk niet eerlijk. Maar voordat u afhaakt omdat u denkt dat u op een versie van klokkenluideronline bent beland: ik beweer niet dat de stemmen gemanipuleerd worden of niet goed geteld worden. Ik beweer dat dat niet uit zou maken.

Het Europees Parlement bestaat uit 766 leden (dat worden er na de verkiezingen iets minder). Daarvan kiezen we er in Nederland 26. Dat is niet omdat we 26/766 kiesgerechtigden hebben, dat is een vast aantal. Al komt nog maar 1% van de Nederlanders stemmen, heeft die 1% invloed op 3,4% van de zetels in het parlement. Je zou denken dat dat wel fijn is omdat Nederland dan in ieder geval een vast aandeel aan invloed heeft, maar het is natuurlijk niet helemaal hoe een democratie hoort te werken.

Zeker als je daarbij optelt wat onze keuzes eigenlijk zijn. 343 kandidaten. Best veel keus. Maar eigenlijk is het een schijntje, want in totaal zijn er 16.351 kandidaten uit 28 lidstaten. Anders gezegd: op meer dan 16 duizend kandidaten voor de verkiezingen MAG u niet stemmen. Dat is bijna 98%. Alsof u bij een stem voor de Tweede Kamer alleen zou mogen kiezen voor iemand uit uw gemeente.

Nog zorgelijker is dat dit ook consequenties heeft voor het passieve kiesrecht. Stel dat een Nederlander in de bovenstaande situatie verandering wil brengen en zich verkiesbaar stelt, dan kunnen 13 miljoen mensen op die persoon stemmen, en zouden ze dat allemaal doen dan heeft die persoon nog steeds niet veel in te brengen. Meer stemmen dan die van Nederland kan hij niet krijgen, hoe goed zijn verhaal ook is, hoeveel steun hij ook uit het buitenland krijgt: hij zou het moeten doen door samenwerking met andere partijen die andere agenda’s hebben.

Dat kan je ondervangen door in meerdere landen actief te zijn. Zeker als je, zoals veel nieuwe partijen, niet in één keer een groot deel van het electoraat achter je krijgt maar op zich wel significante steun hebt in meerdere landen. Ook dan is echter de drempel voor nieuwe partijen hoog: voor elk land waar je actief bent, moet je de kiesdrempel halen. Zo niet, gaan de stemmen gewoon verloren, ook al kom je in een ander land aan meerdere zetels.

Met zo’n opzet maakt het eigenlijk weinig uit of de stemmen netjes geteld worden. Het instituut is zo opgezet dat het vrijwel onmogelijk is om veel verandering te brengen.. en dat maakt dat het weliswaar een gekozen parlement is, maar dat het mandaat toch zeer twijfelachtig van opzet is.